Medische deontologie

Provinciale raad schorst arts wegens onterechte aanrekeningen

De provinciale raad van West-Vlaanderen van de Orde der artsen legde de tuchtstraf van één maand schorsing op aan een arts wegens het onterecht aanrekenen van medische verstrekkingen aan de verplichte ziekteverzekering.

27 maart 2026

Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven

De aanleiding van de tuchtzaak was een brief van de arts-directeur-generaal van het RIZIV, Dienst Geneeskundige Evaluatie en Controle, met in bijlage de beslissing van de Kamer van Eerste Aanleg van het RIZIV.

Daaruit bleek dat de betrokken arts veroordeeld werd in verband met onterechte aanrekeningen aan de ziekteverzekering. De arts rekende systematisch verstrekkingen aan die uitgevoerd werden door personen die geen arts-specialist waren in het specialisme van de arts, met name therapeuten.

Daarop startte de provinciale raad een procedure tegen de arts.

Verdediging van de arts

Op de vraag van de onderzoekscommissie van de provinciale raad of er elementen waren om deze feiten te rechtvaardigen, zei de arts dat die hadden plaatsgevonden in COVID-tijden. Hij bleef erbij alle patiënten persoonlijk te hebben gezien gedurende minstens 45 minuten en op heden niet meer zo hard te werken.

De arts zou het vonnis van de Kamer van Eerste aanleg stipt uitvoeren zodat er geen reden was voor een tuchtsanctie. Er werd minstens verzocht om een zo groot mogelijke mildheid.

De arts vond het onbegrijpelijk dat het RIZIV een klacht neerlegde terwijl het opgelegde afbetalingsplan stipt werd uitgevoerd. De arts had aanpassingen uitgevoerd waardoor voor de sessies van de therapeuten niet langer een getuigschrift voor verstrekte hulp werd uitgereikt.

Beoordeling door de provinciale raad

De provinciale raad oordeelde dat de deontologische tekortkoming naar genoegen van recht was bewezen. Waar de arts stelde 40 à 50 patiënten per dag te zien en 45 minuten per patiënt te voorzien, was de provinciale raad van oordeel dat dit onmogelijk kon kloppen aangezien de arts dan minstens 30 uren per dag zou moeten werken.

De provinciale raad stelde ook vast dat de arts geen beroep had ingesteld tegen de beslissing van de Kamer in Eerste Aanleg. Door de verklaring van de arts dat inmiddels aanpassingen werden uitgevoerd en dat thans correct wordt gehandeld, erkende de arts dat in de periode voordien niet juist werd gehandeld.

De provinciale raad tilde zwaar aan het gepleegde tuchtfeit. De raad was van oordeel dat de arts op een onverantwoorde wijze de middelen van de maatschappij had gebruikt.

Een geneeskundig voorschrift moet overeenkomen met de werkelijk verrichte prestaties en de nomenclatuur in acht nemen. Het is deontologisch onaanvaardbaar dat de arts gedurende zo’n lange periode systematisch onterechte aanrekeningen deed aan de verplichte ziekteverzekering.

De tuchtsanctie

De raad hield bij het bepalen van de sanctie rekening met de aard en de ernst van de inbreuk en met de concrete omstandigheden en de context waarbinnen deze inbreuk zich heeft gesitueerd.

Om de arts het ontoelaatbare van zijn handelen te doen inzien en om de arts aan te zetten in de toekomst een andere houding aan te nemen, was de raad van oordeel dat één maand schorsing van het recht om geneeskunde uit te oefenen zich opdrong.

De uitspraak werd gepubliceerd in Oratio 2026, nr.1, 12-13.

 

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 
Print Magazine

Recente Editie
24 juni 2025

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine