Twee wetsvoorstellen om statuut asbestslechtoffers te verbeteren
Bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers werden op 12 februari twee wetsvoorstellen ingediend om het statuut van asbestslachtoffers te verbeteren door Sarah Schlitz en Jeroen Van Lysebettens c.s. (Ecolo/Groen).
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het eerste wetsvoorstel strekt tot wijziging van de programmawet (I) van 27 december 2006 en het KB van 28 april 2017 tot vaststelling van boek I Algemene beginselen van de Codex over het welzijn op het werk, het oog op de verbetering van de informatie, transparantie en financiering van het Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers, alsook van de preventie.
Het tweede wetsvoorstel beoogt de wijziging van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit gecoördineerd op 3 juni 1970, en van de programmawet (I) van 27 december 2006, met het oog op de versterking van de toegang tot de rechter voor asbestslachtoffers door de invoering van de onverschoonbare fout.
Effectiever en toegankelijker asbestfonds
Het eerste wetsvoorstel heeft tot doel het vergoedingsmechanisme voor asbestslachtoffers in België doeltreffender en toegankelijker te maken, door bepaalde opdrachten van het Asbestfonds te moderniseren, de financiering ervan te verbeteren, een jaarlijkse rapportage te organiseren, de door werkgevers opgestelde asbestinventarissen te centraliseren en de informatieverstrekking aan werknemers over hun beroepsgezondheidsdossier te optimaliseren.
Het sluit rechtstreeks aan bij het parlementaire werk dat al meer dan twintig jaar wordt verricht rond de erkenning en ondersteuning van asbestslachtoffers en neemt, rekening houdend met de inmiddels verworven inzichten, de algemene opzet over van eerdere voorstellen die binnen deze assemblee uitvoerig zijn besproken.
Het omvat eveneens de oprichting van een groen nummer dat de toegang tot informatie en de doorverwijzing van slachtoffers en hun rechthebbenden moet vergemakkelijken.
Onverschoonbare fout
Het tweede wetsvoorstel strekt ertoe de uitzonderingen op de immuniteit waarvan werkgevers en aansprakelijke derden genieten in het kader van de vergoedingsmechanismen inzake beroepsziekten en het Asbestfonds aan te vullen, door de invoering van het begrip onverschoonbare fout als grondslag die een burgerlijke aansprakelijkheidsvordering opent ten gunste van asbestslachtoffers of hun rechthebbenden.
Het voorziet in technische aanpassingen die bedoeld zijn om de coherentie van het stelsel te waarborgen en elke discriminatie tussen beroepsmatige en niet beroepsmatige slachtoffers te vermijden.
Dit voorstel wordt afzonderlijk ingediend om de coherentie van het onderwerp, de leesbaarheid en de robuustheid van het parlementair onderzoek te waarborgen.