Gezondheidsrecht

Waals decreet vernietigd wegens beperking keuzevrijheid patiënt

In een arrest van 8 januari vernietigde het Grondwettelijk Hof enkele bepalingen van een decreet van het Waalse Gewest. De bestreden bepalingen doen afbreuk aan de bescherming die de patiënt geniet overeenkomstig de toepasselijke federale regelgeving.

Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven.

In een arrest van 8 januari vernietigde het Grondwettelijk Hof enkele bepalingen van een decreet van het Waalse Gewest van 10 januari 2024 tot wijziging van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid betreffende de geestelijke gezondheid en de actieve diensten ervan in Wallonië, in zoverre die bepalingen de keuze betreffende de gezondheidszorgbeoefenaar, voor de uitoefening van het recht op inzage van de in het individuele dossier opgenomen gezondheidsgegevens, beperken tot een lid van het team van de betrokken instelling voor geestelijke gezondheidszorg of van een andere instelling van hetzelfde type).

Het beroep tot nietigverklaring was ingesteld door  de vzw ‘Association Professionnelle des Psychologues cliniciens de la Parole et du Langage’ en anderen.

De vernietigde bepalingen

Het Grondwettelijk Hof vernietigde onderdelen van de artikelen 80, 137 en 205 van het decreet. Artikel 80 bepaalde onder meer dat, indien het dossier van de begunstigde een schriftelijke motivering bevat zoals bedoeld in artikel 7, § 4, tweede lid Wet Rechten Patiënt die nog steeds van toepassing is (de therapeutische exceptie), de begunstigde zijn inzagerecht van het dossier uitoefent via een door hem aangewezen teamlid van het psychiatrisch verzorgingstehuis.

Artikel 137 en 205 bevatten analoge bepalingen voor andere gezondheidsvoorzieningen.

Aangevoerde middelen: schending van de federale bevoegdheid uitoefening geneeskunde en rechten van de patiënt

De verzoekers voerden aan dat de bestreden bepalingen een schending inhielden van de artikelen 38, 39 en 128, § 1, van de Grondwet, alsook van artikel 5, § 1, I, 1° en 2°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, doordat de decreetgever inbreuk maakte op de bevoegdheden van de federale overheid wat betreft de uitoefening van de geneeskunde, de relaties tussen gezondheidszorgbeoefenaars en de patiënt, alsook wat betreft de rechten van de patiënt, die het bijhouden van een medisch dossier omvatten.

Voorts zouden de bestreden bepalingen de uitoefening door de federale overheid van haar bevoegdheid inzake de rechten van de patiënt overdreven moeilijk, of zelfs onmogelijk maken.

Het belang van de verzoekende partijen

Het Waals gewest betwistte dat de verzoekende partijen een belang zouden hebben bij de vernietiging van deze bepalingen. Het belang van de VZW zou slechts onrechtstreeks zijn, aangezien de verplichting een individueel dossier bij te houden de betrokken instellingen voor geestelijke gezondheidszorg betreft en niet rechtstreeks de klinisch psychologen.

Maar volgens het Hof beschikte de VZW wel over het vereiste belang om normen te betwisten die de relatie van klinisch psychologen met hun patiënten, alsook de informatie die zij in het individuele dossier moeten vermelden, beïnvloeden.

De decreetgever mag geen afbreuk doen aan de federale wetgeving inzake de rechten van de patiënt.

Het oordeel van het Hof

Volgens het Hof zou de principiële bevoegdheid van de decreetgever voor het gezondheidsbeleid zonder inhoud blijven indien de federale bevoegdheid wat de uitoefening van de geneeskunde betreft ruim zou worden begrepen en elk aspect van de verhouding tussen patiënten en gezondheidszorgbeoefenaars zou omvatten.

Een doelmatige uitoefening van de hem toegewezen bevoegdheid veronderstelt noodzakelijkerwijze dat de decreetgever bijkomend bepaalde aspecten van die verhouding kan regelen.

Maar de decreetgever mag daarbij geen afbreuk doen aan de federale wetgeving inzake de rechten van de patiënt. Die laat de patiënt, in geval van toepassing van de therapeutische exceptie, dan wel de betrokken familieleden, in geval van overlijden van de patiënt, in beginsel vrij te kiezen op welke gezondheidszorgbeoefenaar zij een beroep doen om het recht op inzage uit te oefenen.

Die keuze is niet beperkt tot bepaalde categorieën van gezondheidszorgbeoefenaars, in het bijzonder diegenen die werkzaam zijn in de instelling waar de betrokkene de zorg heeft genoten of in een instelling van hetzelfde type. Zo kunnen de patiënt dan wel de betrokken familieleden, bijvoorbeeld het recht op inzage uitoefenen via de huisarts, aldus het Hof.

De bestreden bepalingen doen afbreuk aan de bescherming die de patiënt geniet overeenkomstig de toepasselijke federale regelgeving. Het blijkt niet waarom een dergelijke beperking van de keuzevrijheid noodzakelijk zou zijn voor de uitoefening van de betrokken gemeenschapsbevoegdheid.

Die bepalingen dienen bijgevolg te worden vernietigd, in zoverre zij de keuze betreffende de gezondheidszorgbeoefenaar, voor de uitoefening van het recht op inzage van de in het individuele dossier opgenomen gezondheidsgegevens, beperken tot een lid van het team van de betrokken instelling voor geestelijke gezondheidszorg of van een andere instelling van hetzelfde type.

 

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • checkwekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • checkdigitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • checkuw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • checkmaximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 
Geschreven door Herman Nys21 januari 2026

Meer weten over

Print Magazine

Recente Editie
24 juni 2025

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine