Decreet legt controle van goed en zedelijk gedrag op in zorginstellingen
Voorzieningen die ondersteuning verlenen aan meerderjarige personen met een handicap, moeten voortaan bij de aanstelling van elke nieuwe medewerker het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene controleren via een uittreksel uit het strafregister.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het Staatsblad van 14 januari maakt het Vlaams decreet van 19 december 2025 tot wijziging van het decreet van 7 mei 2004 (oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) en van het decreet van 25 april 2014 (persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap) bekend.
Het nieuwe decreet regelt de verwerking van persoonsgegevens, de aanvraag van een persoonsvolgend budget, de samenloop van procedures en de verplichting om een uittreksel uit het strafregister voor te leggen.
Controle van het goed en zedelijk gedrag
Artikel 10 van het decreet van 19 december 2025 voegt in het decreet van 7 mei 2004 een artikel 21/1 in. Dat artikel (§1) verplicht voorzieningen die vergund of erkend zijn voor het verlenen van ondersteuning aan meerderjarige personen met een handicap, bij de aanstelling van elke nieuwe medewerker het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene te controleren.
Dat is nodig indien minstens de volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn:
- de activiteit die de medewerker voor de voorziening zal uitvoeren, houdt verband met opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van meerderjarige personen met een handicap;
- de medewerker is een meerderjarige persoon op het moment van de aanstelling;
- de medewerker wordt op een van de volgende wijzen aangesteld: a) door middel van een arbeidsovereenkomst; b) door middel van een eenzijdige benoeming; c) door middel van een rechtstreekse overeenkomst met de betrokken natuurlijke persoon of door middel van een onrechtstreekse overeenkomst via een rechtspersoon; d) conform de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers.
Uittreksel uit het strafregister
Met het oog op die controle, legt de betrokkene voor de aanstelling een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 595 Wetboek van Strafvordering voor, dat op het ogenblik van het voorleggen maximaal één maand oud is.
Een document dat gelijkwaardig is aan het uittreksel uit het strafregister en dat is verleend door een andere lidstaat van de Europese Unie of door een staat die daarmee gelijkgesteld is op het vlak van de toegang tot het uitoefenen van beroepswerkzaamheden, wordt ook in aanmerking genomen.
De uittreksels uit het strafregister worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor de controle. De uittreksels uit het strafregister worden vernietigd nadat de definitieve beslissing over de aanstelling van de medewerker is genomen. De personen die de controle doorvoeren, nemen het vertrouwelijke karakter van de betrokken gegevens in acht (artikel 21/1, § 3).
Artikel 10 van het decreet van 19 december 2025 treedt in werking op 23 januari 2026.
Een gelijkaardige verplichting werd al aangenomen voor woonzorgvoorzieningen in Vlaanderen.