Resolutie wil amnestie voor onwettelijke zwangerschapsafbrekingen
Kamerleden Caroline Désir c.s. (PS) dienden bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers een voorstel van resolutie in ‘waarbij erkenning wordt gevraagd voor de schade veroorzaakt bij de personen die werden veroordeeld op grond van de strafrechtelijke bepalingen die abortus strafbaar stelden voor de gedeeltelijke depenalisering ervan’.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Abortus werd in België lange tijd beschouwd als een misdaad tegen de orde van de familie en de openbare zeden. Vrijwillige zwangerschapsafbreking werd strafbaar gesteld door het Strafwetboek van 1867 en is 128 jaar later nog steeds niet volledig gelegaliseerd.
Het is niet precies bekend hoeveel meisjes, vrouwen en mannen te lijden hebben gehad onder voormelde wetgeving en veroordeeld zijn op grond van wetten die waren ingegeven door morele overwegingen, zeggen de indieners. Het is evenmin bekend hoeveel ellende en leed die veroordelingen, die soms gepaard gingen met een gevangenisstraf, hebben teweeggebracht voor de betrokken vrouwen en de artsen die abortus uitvoerden.
Frans voorbeeld
Frankrijk heeft onlangs een wet aangenomen waarmee men de schade wil erkennen bij de vrouwen die zijn veroordeeld voor abortus en bij de personen die hen daarbij hebben geholpen. Op 18 december 2025 nam de Franse Assemblée nationale een wetsvoorstel aan dat ertoe strekt de schade te erkennen die werd veroorzaakt bij wie werd veroordeeld op grond van wetgeving die abortus strafbaar stelde, voor de aanneming van de wet van 17 januari 1975 betreffende de vrijwillige zwangerschapsafbreking,
De indieners van dit voorstel van resolutie vinden dat België net als Frankrijk werk moet maken van de erkenning van het leed dat de betreffende strafrechtelijke bepalingen hebben veroorzaakt. Zij verzoeken de federale regering dan ook werk te maken van de instandhouding van die herinnering.
De indieners van dit voorstel van resolutie vinden dat er daarnaast een stap verder moet worden gegaan door de nadelige gevolgen te erkennen die de strafbaarstelling van vrijwillige zwangerschapsafbreking heeft gehad voor vrouwen en voor personen die abortussen hebben uitgevoerd, ongeacht of zij gezondheidswerkers zijn of niet.
De Franse regeling vormt een symbolische collectieve erkenning, maar houdt geen rekening met de individuele situatie van de veroordeelden, ongeacht of zij al dan niet overleden zijn.
Erkennen van het leed en onderzoeken van een amnestiewet
Het voorstel van resolutie verzoekt de federale regering:
1. te erkennen, zoals de Kamer van Volksvertegenwoordigers dat in deze resolutie doet, dat:
- 1.1. de toepassing door de Staat van wettelijke en reglementaire bepalingen die het gebruik van, de toepassing van, de toegang tot en de informatie over abortus strafbaar stelden en die vandaag vervallen of opgeheven zijn, vormde een inbreuk op de bescherming van de gezondheid van vrouwen, de seksuele en reproductieve autonomie, de gelijkheid tussen vrouwen en mannen, vrouwenrechten en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
- 1.2. die bepalingen tot talrijke overlijdens hebben geleid en zowel voor de betrokkenen als voor hun naasten een bron van fysiek en mentaal lijden zijn geweest;
- 1.3. die bepalingen tot leed en trauma’s hebben geleid bij de personen die zijn veroordeeld voor het uitvoeren van abortussen;
2. een commissie op te richten die tot taak heeft bij te dragen aan herinneringsgaring en -overdracht met betrekking tot de rechtenschendingen die vrouwen hebben ondergaan en die de Staat als dusdanig heeft erkend;
3. een expertenwerkgroep op te richten die belast is met het onderzoeken van de nadere regels van een amnestiewet ten bate van alle betrokkenen.