Nederlands onderzoek
Pandemie liet blijvende sporen na bij huisarts
De coronapandemie verstoorde het gebruik van huisartsenzorg ingrijpend. Een Nederlandse langetermijnanalyse toont welke gezondheidsproblemen tijdelijk piekten en welke trends blijvend veranderden. Vooral kwetsbare groepen blijken langdurig geraakt.
Filip Ceulemans
Hoe heeft de COVID-19-pandemie het patroon van gezondheidsproblemen en zorggebruik in de huisartsenpraktijk veranderd? Die vraag staat centraal in het meest recente rapport uit de lang-cyclische COVID-19-monitor van het Nederlandse onderzoeksinstituut Nivel. Op basis van tien jaar huisartsengegevens (2014–2023), gekoppeld aan sociaaleconomische data, konden onderzoekers trends vóór, tijdens en na de pandemie nauwkeurig vergelijken.
Terugval huisartsencontacten
Een eerste opvallende bevinding is de forse terugval in huisartscontacten bij de start van de pandemie. In 2020 zochten patiënten beduidend minder vaak de huisarts op, onder meer uit angst voor besmetting en om de zorg niet extra te belasten. Dat leidde tot een tijdelijke daling in geregistreerde gezondheidsproblemen, maar betekende niet noodzakelijk een betere gezondheidstoestand. In 2021 volgde gedeeltelijk een inhaalbeweging, terwijl vanaf 2022 het zorggebruik grotendeels normaliseerde.
Voor sommige klachten was het verloop duidelijk anders. Reuk- en smaakverlies vertoonde een onmiddellijke stijging bij de start van de pandemie, in lijn met COVID-19-infecties, gevolgd door een dalende trend op langere termijn. Moeheid en concentratieproblemen namen tijdens de pandemie toe, maar daalden opnieuw na het wegvallen van de maatregelen. Andere problemen, zoals geneesmiddelmisbruik, vertoonden al vóór de pandemie een stijgende trend, die tijdens COVID-19 minder uitgesproken werd maar niet verdween.
Mentale gezondheidsproblemen
Bijzondere aandacht ging naar mentale gezondheidsproblemen. Angst, depressie en stressgerelateerde klachten kwamen vaker voor tijdens de pandemie, vooral bij jongeren en jongvolwassenen. Ook het gebruik van psychofarmaca en het aantal contacten met de praktijkondersteuner voor geestelijke gezondheid namen toe. Na de pandemie stabiliseerden sommige van deze trends, maar een volledige terugkeer naar het pre-COVID-niveau bleef uit.
Het rapport benadrukt dat de pandemie niet iedereen in gelijke mate trof. Mensen met een laag inkomen, bestaande psychische problemen, sociale problematiek of chronische fysieke aandoeningen bleken kwetsbaarder. In deze groepen bleven bepaalde gezondheidsproblemen en zorgvragen ook na de pandemie verhoogd. Dat wijst volgens de auteurs op een versterking van bestaande gezondheidsongelijkheden .
Maatschappelijke context
Voor de huisartspraktijk zijn de bevindingen relevant. Ze tonen dat schommelingen in zorggebruik niet alleen het gevolg zijn van ziekte, maar ook van maatschappelijke context en toegankelijkheid van zorg. Tegelijk maken ze duidelijk dat sommige indirecte effecten van de pandemie – zoals mentale belasting en sociale problematiek – langer nazinderen dan de acute gezondheidscrisis zelf.
Volgens Nivel onderstrepen de resultaten het belang van langetermijnmonitoring in de eerste lijn. Alleen door trends over meerdere jaren te volgen, kan worden onderscheiden wat tijdelijk is en wat blijvend verandert. Dat inzicht is essentieel om de eerstelijnszorg beter voor te bereiden op toekomstige crises en om blijvende aandacht te houden voor kwetsbare patiëntengroepen.