Oncologische zorg zonder voedingszorg laat te veel patiënten wegkwijnen
Ondervoeding is in de oncologie geen randprobleem, maar een klinische determinant van behandeluitkomsten, levenskwaliteit en zorgkosten. Toch blijft voedingszorg in België versnipperd en ondergefinancierd. Een nieuwe White Paper, met de academische ondersteuning van prof. Elisabeth Dewaele (UZ Brussel) en prof. André Van Gossum (HUB), pleit daarom voor een structurele verankering van screening, beoordeling en opvolging van de voedingstoestand in het vernieuwde Federale Kankerplan.
Wie kankerzorg zegt, denkt spontaan aan chirurgie, systemische therapie en radiotherapie. Voedingszorg krijgt veel minder aandacht, terwijl ziektegebonden malnutritie net een van de meest voorkomende complicaties in de oncologie is. Volgens de White Paper varieert de prevalentie van ondervoeding bij kankerpatiënten van 20% tot meer dan 80%, afhankelijk van tumortype, stadium en behandeling. In België bevindt meer dan de helft van de patiënten zich al bij de start van de behandeling in een voedingsrisicozone, terwijl slechts een kleine minderheid dan al gestructureerde voedingszorg krijgt.
Economische impact
De gevolgen zijn allesbehalve banaal. Malnutritie vermindert de behandelingstolerantie, verhoogt het infectierisico, tast de levenskwaliteit aan en leidt vaker tot dosisreducties of onderbreking van chemo- of radiotherapie. De auteurs herinneren er bovendien aan dat naar schatting 10 tot 20% van de kankerpatiënten niet aan hun tumor overlijdt, maar aan complicaties van ernstige ondervoeding. Ook economisch is de impact groot: langere opnames, meer heropnames en meer complicaties doen de kosten oplopen, terwijl vroege voedingsinterventie juist kosteneffectief blijkt.
Internationale richtlijnen zijn nochtans duidelijk. ESPEN, WHO en andere organisaties adviseren om al vanaf de diagnose systematisch te screenen op voedingsrisico, en dat vervolgens op vaste tijdstippen te herhalen tijdens het hele oncologische traject. Daarvoor bestaan gevalideerde instrumenten zoals NRS-2002, MUST en PG-SGA. Screening alleen volstaat echter niet: bij verhoogd risico moet een volwaardige nutritionele evaluatie volgen, met nadien gepersonaliseerde begeleiding en interventie. Vooral vroege detectie is cruciaal, nog vóór een patiënt zichtbaar verzwakt of fors vermagerd is.
'Bij verhoogd risico moet een volwaardige nutritionele evaluatie volgen, met nadien gepersonaliseerde begeleiding en interventie'
Onregelmatige screening
Net daar wringt het schoentje in België. Screening gebeurt nog te onregelmatig, zeker in de ambulante zorg. Veel ziekenhuizen beschikken niet over gestandaardiseerde nutritionele zorgpaden, waardoor de aanpak afhangt van de instelling of zelfs van de betrokken dienst. Na ontslag blijft opvolging vaak fragmentair. "Screening is inconsistent, nationale epidemiologische data ontbreken grotendeels en patiënten worden nog te weinig van bij de diagnose geïnformeerd over het belang van hun voedingstoestand", vat de White Paper het bondig samen.
De auteurs formuleren daarom een uitgesproken beleidsagenda. Ze vragen verplichte vroege screening voor alle kankerpatiënten, ook ambulante patiënten, met bijzondere aandacht voor hoogrisicogroepen zoals patiënten met gastro-intestinale, ovarium- en hoofd-halstumoren. Daarnaast moet elk ziekenhuis een gestandaardiseerd protocol invoeren, met duidelijke tijdsmomenten voor screening, herevaluatie en interventie, idealiter ingebed in bestaande sleutelmomenten zoals de eerste multidisciplinaire oncologische consultatie.
Randvoorwaarden
Een tweede grote prioriteit is de transmurale opvolging. De White Paper stelt een concreet traject voor waarbij het nutritioneel plan vóór ontslag wordt samengevat, overgedragen naar de eerste lijn, thuis verder wordt gemonitord en nadien geëvalueerd met duidelijke kwaliteitsindicatoren. Zo wil men vermijden dat voedingsproblemen na hospitalisatie onder de radar verdwijnen.
Ook de randvoorwaarden moeten beter. De financiering van oncologiediëtisten is volgens de auteurs gebaseerd op verouderde parameters uit 2008, terwijl het aantal nieuwe kankerdiagnoses tussen 2008 en 2023 met 27% steeg, van 60.599 naar 77.344. Bovendien ontbreekt voldoende terugbetaling voor ambulante diëtetiek en medische voeding. De White Paper pleit dan ook voor een herziening van de financiering, meer opleiding en een sterkere inbedding van klinische voeding in de oncologische praktijk. "Voedingszorg mag in het vernieuwde Federale Kankerplan geen optionele ondersteuning meer zijn, maar moet een meetbare, gefinancierde en systematisch toegepaste pijler van oncologische zorg worden", besluiten de auteurs.