Wijziging samenstelling College van artsen voor weesgeneesmiddelen
Een nieuw KB wijzigt de samenstelling van het College van artsen voor een weesgeneesmiddel of een farmaceutische specialiteit die in het kader van een zeldzame ziekte vergoedbaar is.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het Staatsblad van 23 maart maakt het KB van 15 maart 2026 tot wijziging van het KB van 6 december 2018 betreffende de vergoeding van weesgeneesmiddelen en van de farmaceutische specialiteiten die in het kader van een zeldzame ziekte vergoedbaar zijn, bekend.
Hoofdstuk II van het KB van 6 december 2018 richt het College van artsen voor een weesgeneesmiddel of een farmaceutische specialiteit die in het kader van een zeldzame ziekte vergoedbaar is, op.
Opdrachten van het College
Artikel 4 van het KB van 6 december 2018 bepaalt de opdrachten van het College:
- de beoordeling van het individueel recht van de rechthebbende op vergoeding van de betrokken specialiteit, voor zover haar vergoedingsvoorwaarden het voorzien, en voor zover de adviserend arts omtrent het betrokken dossier het advies van het College heeft gevraagd;
- de evaluatie van de bestaande vergoedingsvoorwaarden van de specialiteit, op initiatief van het College of op vraag van de Minister en/of van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen en het verlenen van adviezen daaromtrent aan de Minister en aan de Commissie;
- het opstellen van (een) activiteitenverslag(en) ten behoeven van de Commissie;
- het ter beschikking stellen aan de verzekeringsinstellingen en de arts-aanvragers, meer bepaald via de website van het RIZIV, van elk door het College opgesteld element dat helpt bij de juiste samenstelling van een individueel dossier.
Samenstelling van het College gewijzigd
Artikel 3 van het KB van 6 december 2018 regelt de samenstelling van het College.
Artikel 3 § 1 luidt als volgt: ‘Het College is, met uitzondering van de voorzitter die door de Koning benoemd wordt op voorstel van de Minister, paritair samengesteld uit enerzijds artsen-deskundigen aangeduid door de Minister op voorstel van de Commissie, en anderzijds artsen met een mandaat bij een verzekeringsinstelling die tevens lid zijn van de Commissie, door de Minister aangeduid op voorstel van het Nationaal Intermutualistisch College’.
Artikel 2 van het KB van 15 maart 2026 wijzigt die paragraaf als volgt: ‘Het College is, met uitzondering van de voorzitter die door de Koning benoemd wordt op voorstel van de Minister, paritair samengesteld uit enerzijds artsen-deskundigen aangeduid door de Minister op voorstel van de Commissie, en anderzijds adviserend artsen die de verzekeringsinstellingen vertegenwoordigen, door de Minister aangeduid op voorstel van het Nationaal Intermutualistisch College, waarvan ten minste één ook lid is van de Commissie.’
Krachtens § 2 worden de artsen-deskundigen aangeduid in functie van de specialisatie die vereist is om de betrokken aanvraag tot vergoeding van de specialiteit te behandelen, terwijl § 3 bepaalt dat de twee groepen binnen het College bestaan elk uit vier leden. Beide paragrafen blijven ongewijzigd.
Het KB van 15 maart 2026 treedt in werking op 1 april 2026.