Micro- en nanoplastics: reden voor bezorgdheid?
Zeer kleine plasticdeeltjes zijn overal in het milieu aanwezig, en worden ook in het menselijk lichaam aangetroffen. Moeten we ons zorgen maken over de effecten op de gezondheid?

Aan alarmerende koppen in de media geen gebrek: “We ademen elk dag tienduizenden microplastics in”, “Hersenen bevatten equivalent van plastic lepel aan microplastics” of “240.000 plasticsdeeltjes in literfles drinkwater”. Maar moeten we ons echt zorgen maken? Dat was het onderwerp van een interdisciplinaire forumavond van de alumniverenigingen geneeskunde (Alfagen), ingenieurs- en bio-ingenieurswetenschappen van de KU Leuven.
Prof. Peter Hoet van de onderzoekseenheid Omgeving en Gezondheid aan de faculteit Geneeskunde wees meteen al op een methodologisch probleem: er bestaat nog geen gestandaardiseerde methode om micro- en nanoplastics te meten en te karakteriseren (zie kader). Er worden verschillende analysetechnieken gebruikt die elk hun beperkingen hebben.
En net omdat micro- en nanoplastics alom verspreid zijn, is het cruciaal dat men in elke stap – van staalname tot verpakking van filters, reiniging van materialen en keuze van handschoenen en labjassen – contaminatie voorkomt. “Anders meet men in feite artefacten”, zei Hoet.
Autoverkeer is grootste bron
Prof. Erik Toormans van de afdeling Hydraulica & Geotechniek ontkrachtte enkele misvattingen over plasticvervuiling. Zo maakt het ‘drijvend’ plasticafval slechts 2% uit van alle plastic in het marien milieu. Een computermodel dat Toormans mee ontwikkelde, toont aan dat het grootste deel van de micro- en nanoplastics dat via rivieren wordt afgevoerd, niet in open zee belandt maar in estuaria bezinkt.
Dat computermodel wordt empirisch bevestigd, zei prof. Gert Everaert, vicedirecteur van het Vlaams Instituut voor de Zee. Bij grootschalige monsterafnames in riviergebieden en voor de kust werd de hoogste concentratie (25.000 deeltjes / kg) aangetroffen in sediment in de Schelde ter hoogte van Antwerpen.
De grootste bron van nano- en microplasticvervuiling blijkt overigens niet verpakkingsafval of textiel, maar slijtage van autobanden (50%) en wegmarkeringen (20%). Wanneer het regent, belandt dat plasticstof in de riolering en waterlopen. Prof. Everaert wees erop dat bij recent aangelegde autosnelwegen in Roemenië aflopend hemelwater daarom gescheiden gecollecteerd wordt.
Toxiciteit niet aangetoond
Wat de bron ook moge zijn, dat we aan micro- of nanoplastics blootgesteld worden – via voeding en drinkwater of inhalatie – staat buiten kijf. In menselijke weefselorganen worden vrijwel steeds plasticdeeltjes aangetroffen. Er is echter nog onvoldoende wetenschappelijke kennis om enerzijds de nano- en microplastics in weefsels correct te kwalificeren en te kwantificeren en anderzijds met zekerheid te bepalen wat de gezondheidsrisico’s zijn, stelde prof. Hoet.
Voor verschillende organen en orgaansystemen zijn effecten beschreven, zoals histologische veranderingen, effecten op de overleving van cellen, neurotoxiciteit en toegenomen ontsteking. Maar veel van de alarmistische studies die in de media verschijnen zijn gebaseerd op in-vitrostudies waarbij organismen en cellen worden blootgesteld aan extreem hoge concentraties die totaal niet realistisch zijn, en dus weinig zeggen over de schadelijke effecten in de realiteit.
Hoet verwees naar twee recente overzichtsartikelen*. Een ervan focust op een brede waaier van gezondheidseffecten, het andere meer op specifieke ziekten. In beide artikels worden associaties gerapporteerd, maar blijft er onzekerheid over de reële blootstellingsniveaus en de causaliteit. “De stap van ‘geassocieerd met’ naar ‘bewezen oorzaak van’ is nog lang niet gezet”, zei Hoet. “Er is weinig duidelijkheid over welke mechanismen spelen en langs welke paden blootstelling aan nano- en microplastics tot ziekte zou kunnen leiden.”
'Er zijn groeiende aanwijzingen voor effecten op verschillende orgaansystemen en mogelijke associaties met ziekten'
– prof. Peter Hoet, KU Leuven
Voorzorgsprincipe
Toch vindt Hoet het een goed idee om voorzichtig te zijn, zeker als het gaat over nanoplastics. We mogen niet dezelfde fouten maken als we deden met fijn stof waarvan de gezondheidseffecten lang werden onderschat, waarschuwde hij. “Uit de nanotoxicologie weten we dat de grootte van deeltjes en hun contactoppervlak cruciaal zijn. Naarmate de deeltjes kleiner worden, neemt het totale oppervlak per massa-eenheid exponentieel toe, wat de chemische en biologische reactiviteit kan vergroten.”
“Ook voor plastics ligt het voor de hand dat nanodeeltjes potentieel reactiever kunnen zijn dan de grotere microdeeltjes. Bovendien hebben nanodeeltjes meer mogelijkheden om biologische barrières te passeren en intracellulair terecht te komen, terwijl micrometergrote partikels minder gemakkelijk in cellen binnendringen.”
Conclusie
Op het einde vatte prof. Hoet de actuele consensus samen. “Micro- en nanoplastics zijn wijdverspreid aanwezig, en het is duidelijk dat mensen eraan worden blootgesteld, via onder meer voeding en inhalatie. Er zijn groeiende aanwijzingen voor effecten op verschillende orgaansystemen en mogelijke associaties met ziekten, waaronder kanker, vooral bij hoge beroepsmatige blootstelling aan plasticstof. Tegelijk is er nog grote onzekerheid over de typische blootstellingsniveaus in de algemene bevolking, de relevante toxicologische mechanismen en de rol van de nanofractie.”
Verder, zorgvuldig opgezet onderzoek met strikte controle op contaminatie en gedegen karakterisering van de deeltjes is noodzakelijk om tot robuuste conclusies te komen over de toxiciteit van micro- en nanoplastics, besloot hij.
* Ali N. e.a, The potential impacts of micro-and-nano plastics on various organ systems in humans. EBioMedicine. 2024 Jan. doi: 10.1016/j.ebiom.2023.104901. Ali N. e.a., Microplastic and nanoplastic pollution and associated potential disease risks. Lancet Planet Health. 2025 Dec. doi: 10.1016/j.lanplh.2025.101390.
Wat zijn micro- of nanoplastics?
De termen micro- en nanoplastics verwijzen naar de grootte van de deeltjes. Volgens een ISO-norm zijn nanoplastics deeltjes met een diameter kleiner dan 1 micrometer (de afmetingen van een bacterium), terwijl microplastics verwijst naar deeltjes tussen 1 micrometer en 5 millimeter.
Maar in sommige studies worden deeltjes groter dan 0,1 micrometer (100 nanometer, de afmetingen van een virus) nog als microplastics bestempeld. “Het is dus essentieel om in elke publicatie goed na te gaan wat de auteurs precies bedoelen met ‘micro’ en ‘nano’", waarschuwt prof. Peter Hoet.
Zijn nano- en microplasticdeeltjes kankerverwekkend?
De wereldwijde incidentie van kanker blijft toenemen, gedreven door demografische veranderingen zoals bevolkingsgroei en vergrijzing, en door een groeiende blootstelling aan carcinogenen in lage- en middeninkomenslanden. Preventie is de meest doeltreffende manier om deze trend te keren.
De eerste stap in preventie is het identificeren van de veroorzakers van kanker, zodat we blootstelling daaraan kunnen reduceren of vermijden. In een videoboodschap op de forumavond legde Mary Schubauer-Berigan, Senior Researcher van het International Agency for Research on Cancer (IARC), uit hoe dat gebeurt.
Het IARC Monographs-programma bestaat uit systematische, multidisciplinaire evaluaties van het meest recente wetenschappelijke bewijs over mogelijke kankerverwekkende stoffen en blootstellingen. Daarnaast wijzen ze kennisleemtes aan en stimuleren zo nieuw onderzoek.
De beoordelingen volgen een strikt methodologisch kader en worden uitgevoerd door onafhankelijke werkgroepen van internationale wetenschappers. Daarbij worden drie hoofdtypen bewijs beoordeeld:
- Epidemiologisch bewijs uit studies bij mensen;
- Experimenteel bewijs uit dierproeven;
- Mechanistisch bewijs dat inzicht geeft in de onderliggende biologische mechanismen op moleculair of cellulair niveau.
Op basis van de bewijslast wordt elke onderzochte stof ingedeeld in één van vier categorieën:
- Groep 1: Kankerverwekkend voor de mens;
- Groep 2A: Waarschijnlijk kankerverwekkend voor de mens;
- Groep 2B: Mogelijk kankerverwekkend voor de mens;
- Groep 3: Niet classificeerbaar op grond van kankerverwekkendheid voor de mens.
In 2024 onderzocht een adviesgroep van 28 wetenschappers uit 22 landen voorstellen voor onderzoek naar meer dan 200 door de internationale gezondheidsgemeenschap genomineerde stoffen. Meer dan 120 agentia kregen een hoge of middelmatige prioriteit.
Opvallend is dat micro- en nanoplastics uiteindelijk niet werden opgenomen in deze lijst van prioritaire stoffen, ondanks nominaties daarvoor, zei Schubauer-Berigan. “De bezorgdheid rond deze deeltjes kwam vooral voort uit analogieën met andere partikels zoals luchtvervuiling, lasrook en bepaalde nanomaterialen. Voor carcinogeniciteit geldt dat de deeltjesgrootte vaak bepalend is; kleinere nanopartikels worden doorgaans als het meest zorgwekkend beschouwd.”
Geen epidemiologische evidence
De adviesgroep onderzocht daarom de beschikbare literatuur over micro- en nanoplastics. Op het moment van de beoordeling bestonden er geen epidemiologische studies over kanker bij mensen door blootstelling aan deze deeltjes, en geen dierexperimentele studies die specifiek kankeraandoeningen na blootstelling aan micro- en nanoplastics onderzochten. Met andere woorden, twee van de drie belangrijkste bewijslijnen voor IARC-evaluatie – onderzoek bij mensen en dierproeven – ontbraken volledig, zei Schubauer-Berigan. Wel groeit de hoeveelheid mechanistisch bewijs, maar deze gegevens zijn nog gefragmenteerd en heterogeen.
De adviesgroep concludeerde daarom dat het onderzoeksveld zich nog in een te vroeg stadium bevindt. Zonder solide epidemiologische data of resultaten van dierproeven is een formele IARC-monografie over micro- en nanoplastics voorbarig.
>> https://monographs.iarc.who.int/