Nieuwe beheersovereenkomst Huis voor Gezondheid
Versterking van het Nederlands als zorgtaal in Brussel
De nieuwe beheersovereenkomst met het Huis voor Gezondheid moet het Nederlands verder versterken als zorgtaal binnen de Brusselse, meertalige context.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Karl Vanlouwe (N-VA) stelde op 25 februari in de commissie voor Brussel en de Rand van Brussel van het Vlaams Parlement een mondelinge vraag aan Vlaams minister van Brussel Cieltje Van Achter ‘over de nieuwe beheersovereenkomst met het Huis voor Gezondheid’.
In die nieuwe beheersovereenkomst wordt het engagement bevestigd om het Nederlands verder te versterken als zorgtaal binnen de Brusselse, meertalige context.
Nederlands zichtbaar en aantrekkelijk maken
Vooreerst vroeg Vanlouwe hoe het Huis voor Gezondheid het Nederlands zichtbaar en aantrekkelijk zal maken binnen de complexe Brusselse zorgsector.
Hierop antwoordde de minister dat het Huis voor Gezondheid hierin al jaren een belangrijke rol speelt. Het is het aanspreekpunt voor Nederlandskundige zorg in Brussel.
Zijn opdracht is duidelijk maar ook wel uitdagend: meer Nederlandstalige zorgverstrekkers aantrekken in Brussel, expertise delen, signalen uit het werkveld vertalen naar het beleid, en samenwerkingen smeden zodat Nederlandstalige zorg in Brussel kwaliteitsvol, toegankelijk en geïntegreerd is.
Het Huis vertegenwoordigt overal structureel de Nederlandskundige zorg, zowel in Vlaanderen als in Brussel.
Zes strategische uitdagingen
Op de volgende vraag antwoordde Van Achter dat de beheersovereenkomst een strategisch document met grote waarde is. Samen met het Huis zijn er zes strategische uitdagingen voor de komende jaren bepaald.
De eerste is het inzetten van het Nederlands als hefboom voor zorgkwaliteit. Het Huis informeert, sensibiliseert en zet acties op die het oefenen en gebruiken van het Nederlands tijdens de stage en op de werkvloer vanzelfsprekend maken.
De tweede is talenten aantrekken en die ook houden. Ze oriënteren studenten die nog een studiekeuze moeten maken, zijinstromers en starters, en ze werken samen met het onderwijs, VDAB, Actiris en werkgevers aan een duurzame match en talentbehoud via onder andere mentorschap en loopbaanpaden.
De derde is datagedreven werken. Het Huis voor Gezondheid registreert systematisch signalen, koppelt daar resultaten aan, en werkt mee aan overzichtskaarten van Nederlandstalig aanbod, stagecapaciteit en doorstroom.
De vierde is innovatie en werkbaarheid. Het Huis werkt aan een totaalplan voor stages, onderzoekt alternatieve stagevormen zoals flexibele trajecten, en zet in op taakverschuiving en gedeeld mentorschap.
De vijfde is gemeenschapsvorming. Het Huis verbindt Nederlandskundige zorgverleners over de disciplines heen. Het creëert een warme zorggemeenschap waar men van elkaar kan leren.
De zesde gaat over de signaalfunctie. Het Huis voor Gezondheid brengt gestructureerd werkveldsignalen tot de minister en koppelt nieuw beleid terug naar het terrein.
Versterken van Nederlandstalige en Nederlandskundige zorgprofessionals
Tenslotte werd gevraagd hoe het Huis voor Gezondheid de gemeenschap van Nederlandstalige zorgprofessionals zal versterken, gezien het niet altijd evident is om de zorgverleners in Brussel te krijgen en te behouden.
Om de Nederlandstalige en Nederlandskundige zorgprofessionals verder te versterken, blijft het Huis volgens de minister als centraal aanspreekpunt ook een signaalfunctie rond het Nederlands in de zorg opnemen. Er wordt samen met de sector gebouwd aan een zichtbaar Nederlandskundig zorgnetwerk.
Op regelmatige basis brengt het Huis Nederlandstalige en Nederlandskundige zorgprofessionals uit Brussel samen om ervaringen en tips uit te wisselen rond bepaalde thema’s, bijvoorbeeld rond stagementoren en vormingen.