Minister Gennez: integratie van huisartsenkringen in eerstelijnszones niet beslist
Vlaams Parlementslid Koen Dillen (N-VA) stelde tijdens de vergadering van de Commissie WVG van het Vlaams Parlement van 4 februari een vraag om uitleg aan minister Gennez over de plannen om de huisartsenkringen te integreren in de eerstelijnszones.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
In zijn vraag verwees Dillen naar een door de minister bestelde studie over de integratie van de huisartsenkringen in de eerstelijnszones.
Hij verwees naar signalen uit de sector dat de integratie eigenlijk al zou vastliggen, ongeacht de lopende studie. Hij vroeg onder meer of deze integratie van huisartsenkringen in de eerstelijnszones voor de minister vanzelfsprekend was en wat de visie of redenen hiervoor waren.
Nog geen beslissing over integratie
In haar antwoord sprak de minister formeel tegen dat de integratie al vast zou liggen. Er is nog geen enkele beslissing genomen inzake integratie. Er wordt wel een studie uitgevoerd door de VUB en de Karel de Grote Hogeschool, in opdracht van het Departement Zorg en samen met Steunpunt WVG. Maar dat is een onderzoek met een verkennend karakter.
Het doel is om te onderzoeken hoe zorgraden en huisartsenkringen vandaag functioneren en of er in de praktijk raakvlakken of mogelijke overlap in hun taken bestaat.
Dit is een verkennend onderzoek, dat inderdaad nog gaande is, omdat de beroepsgroepen tot nader order nog altijd voornamelijk monodisciplinair worden ondersteund door het Departement Zorg, hoewel er veel gesproken wordt over geïntegreerde zorg en ondersteuning, doelgericht samenwerken, interdisciplinariteit en transdisciplinariteit.
Ook de welzijnsactoren spelen er een belangrijke rol in. De nieuwe manier van denken moet ook de afzonderlijke disciplines in staat stellen om meer samen te werken, om beschikbare middelen zo te laten renderen dat geïntegreerde zorg effectief in een stroomversnelling kan komen.
Verkennend onderzoek
Indien er uit het lopende onderzoek een overlap zou worden vastgesteld in de werking van de eerstelijnszones en de huisartsenpraktijken, kan dit voor de minister een aanleiding zijn om samen met de actoren te reflecteren over nog betere vormen van afstemming of samenwerking.
Het is niet de bedoeling om in het onderzoek uitspraken te doen over organisatiemodellen, integratie of financiering. Het is puur een verkennend onderzoek.
Het onderzoek richt zich op de Vlaamse bevoegdheden, niet de federale. Afhankelijk van de resultaten kan uiteraard, samen met de betrokken actoren, worden bekeken welke vervolgstappen er eventueel te nemen zijn, aldus de minister.