Verwerking van persoonsgegevens bij overleg in het kader van beroepsgeheim wettelijk geregeld
Het Staatsblad van 5 februari maakt de wet van 8 januari 2026 betreffende de verwerking van persoonsgegevens bij deelname aan een overleg georganiseerd op grond van artikel 458ter van het strafwetboek, bekend.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Aan de grondslag van deze wet ligt een wetsvoorstel van volksvertegenwoordiger Sophie De Wit c.s (N-VA).
Artikel 458ter Strafwetboek
Artikel 458ter § 1 van het Strafwetboek laat toe dat er krachtens een wet, decreet of ordonnantie, of met de toestemming van de procureur des Konings, een overleg wordt georganiseerd waarbij de deelnemers met elkaar informatie kunnen uitwisselen die onder het beroepsgeheim valt.
Een dergelijk overleg is enkel mogelijk met het oog op de bescherming van de fysieke en psychische integriteit van de persoon of van derden, of ter voorkoming van terroristische misdrijven of ter voorkoming van de misdrijven gepleegd in het raam van een criminele organisatie.
Te verwerken gegevens
Artikel 2, § 2, tweede lid van de wet van 8 januari 2026 bepaalt welke gegevens in het casusoverleg kunnen worden verwerkt:
- 1° de identificatiegegevens, met name de naam, de voornamen, het adres, de geboortedatum, de geboorteplaats en het rijksregisternummer;
- 2° de contactgegevens;
- 3° de gegevens over beroep, beroepsbekwaamheid, opleiding en vorming;
- 4° de leeftijd, het geslacht, de nationaliteit, de burgerlijke staat en het verblijfsstatuut;
- 5° de gegevens over schulden en solvabiliteit;
- 6° de gegevens over de levensstijl, de vrijetijdsbesteding en de sociale context;
- 7° de gegevens over de gezinssamenstelling;
- 8° de gegevens over de woonomstandigheden;
- 9° de politionele en gerechtelijke gegevens;
- 10° de gegevens over de gezondheid;
- 11° de gegevens over risicosituaties en -gedragingen;
- 12° de gegevens waaruit herkomst of afkomst blijkt;1
- 3° de gegevens waaruit politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken en
- 14° de gegevens over seksueel gedrag of seksuele gerichtheid.
Personen van wie gegevens mogen worden verwerkt
De categorieën van betrokken personen van wie deze persoonsgegevens kunnen worden verwerkt, zijn de betrokken personen op wie het casusoverleg betrekking heeft en hun relaties en contacten, voor zover de verwerking van die persoonsgegevens noodzakelijk is om de doelstelling van het betreffende casusoverleg te bereiken (artikel 2, § 2, derde lid)
Noodzakelijkheid van de verwerking
De bedoelde persoonsgegevens kunnen enkel worden verwerkt indien dit noodzakelijk is om de doelstelling omschreven in artikel 458ter, § 1, tweede lid te realiseren, met name om:
- 1° de fysieke en psychische integriteit van de betrokken persoon of van derden te beschermen;
- 2° de misdrijven, bedoeld in boek II, titel Iter, van het Strafwetboek, of de misdrijven die zijn gepleegd in het raam van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van hetzelfde Wetboek, te voorkomen (artikel 2, § 2, vierde lid).
Bewaartermijn
De persoonsgegevens die verkregen zijn in het kader van een casusoverleg worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het doeleinde van de gegevensverwerking. De maximale bewaartermijn is alleszins niet langer dan dertig jaar na afsluiting van het dossier, tenzij bepaalde toepasselijke regelgeving een afwijkende bewaartermijn vooropstelt.
Als de persoonsgegevens in een gezamenlijke dossieromgeving worden opgenomen, bepalen de deelnemers voorafgaand aan de start van een casusoverleg een bewaartermijn voor de bewaring van de persoonsgegevens in de gezamenlijke dossieromgeving, die evenwel niet meer mag bedragen dan de maximale bewaartermijn (artikel 2, § 4).
Overgangsbepaling
Deze wet is van toepassing op alle gegevens die, voorafgaand aan haar inwerkingtreding, in de in deze wet bedoelde gezamenlijke of eigen dossieromgeving werden verwerkt. De wet treedt in werking op 15 februari 2026.