Vandenbroucke: Kaderwet wordt "binnenkort" besproken in parlement
Het aangepaste ontwerp van Kaderwet wordt "binnenkort" uitgebreid besproken in de Kamer. Dat zei minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke in de Commissie Gezondheid. "Ik hoop op een politieke meerderheid en op een verderzetting van het overlegmodel", aldus nog Vandenbroucke.
In de Kamercommissie Gezondheid en Gelijke Kansen kreeg Vandenbroucke dinsdag vragen van Frieda Gijbels (N-VA), Dominiek Sneppe (VB), Natalie Eggermont (PVDA-PTB) en Irina De Knop (Anders). Zij wilden weten wat de stand van zaken van het voorontwerp van wet was, en hoe de minister rekening zou houden met de adviezen van de Raad van State en van de Gegevensbeschermingsautoriteit, en met de resultaten van de evenredigheidstoets (die meer dan 6.500 reacties opleverde, zoals Artsenkrant berichtte).
In zijn antwoord zei minister Frank Vandenbroucke dat hij verwacht "dat we hier heel binnenkort het ontwerp van kaderwet zullen kunnen bespreken... Bij de indiening zult u een voorontwerp, de ontvangen adviezen en het uiteindelijk aangepaste ontwerp ontvangen."
Op advies van de Raad van State is het voorontwerp opgesplitst in twee aparte wetten - wetgeving die te maken heeft met federale administratieve rechtscolleges zoals de Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep bij de DGEC), dient immers goedgekeurd te worden door de Kamer én de Senaat.
"Inhoudelijk vroeg de Raad van State ons om op verschillende punten omstandiger te motiveren waarom bepaalde bepalingen zijn opgenomen", vervolgde Vandenbroucke. "Hij deed enkele zeer waardevolle suggesties, bijvoorbeeld over de ereloonsupplementen. De GBA deed onder meer zeer zinvolle suggesties over het IMA, waardoor we ook dat grondig konden herwerken."
Voorontwerp werd bijgestuurd
Vandenbroucke bevestigde dat er meer dan 6.500 reacties op de proportionaliteitstest ontvangen zijn, vooral van artsen en tandartsen maar ook burgers en patiënten. "Uit de analyse kwamen zeven hoofdthema’s naar voren, waaronder conventionering, ereloonsupplementen, handhaving, privacy en de rol van de ziekenfondsen."
Volgens Vandenbroucke zijn die thema’s "al uitgebreid besproken in negen overlegmomenten met artsen, tandartsen en ziekenfondsen. Het voorontwerp werd daarbij bijgestuurd: organisaties krijgen zelf het initiatief om over supplementen te onderhandelen, gedeeltelijke conventionering blijft bestaan en de schorsing van RIZIV-nummers geldt enkel bij zware fraude via een onafhankelijke procedure."
Timing beperking supplementen
Meerdere leden hadden vragen over de timing voor de beperking van ereloonsupplementen. Die moet worden bekeken "parallel met de hervorming van de nomenclatuur van medische prestaties en de officiële tarieven zelf", aldus Vandenbroucke. "Die hervorming zit momenteel in de technische uitwerkingsfase. Zodra dat technisch is uitgewerkt, volgt overleg, in het bijzonder met de partners in de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen. Tegen 31 juli 2026 moeten er voorstellen zijn."
"De bijkomende verduidelijkingen gevraagd door de Raad van State en de GBA verkleinen de interpretatiemarge en vergroten het vertrouwen", stelde Frieda Gijbels in haar repliek. "Ik heb vernomen dat er met die opmerkingen rekening is gehouden en kijk vol vertrouwen uit naar de aangepaste kaderwet en het parlementaire debat."