Onderzoek naar aloude discussie
Wintertijd lijkt gunstig voor hart en geest
De halfjaarlijkse wissel tussen zomer- en wintertijd leidt elk jaar weer tot een maatschappelijk debat, waarbij de meningsverschillen tussen voor- en tegenstanders vaak hoog oplopen. Nieuw Brits onderzoek nuanceert het idee dat het terug- of vooruitdraaien van de klok schadelijk is voor de gezondheid. Vooral de overgang naar wintertijd blijkt zelfs samen te gaan met minder cardiovasculaire en mentale gezondheidsproblemen.
De impact van de overgang naar zomer- en wintertijd op de gezondheid is al jaren onderwerp van discussie. Vooral de lente-overgang, waarbij mensen een uur slaap verliezen, wordt vaak in verband gebracht met een verhoogd risico op cardiovasculaire incidenten, verkeersongevallen en mentale ontregeling. Een grootschalige Britse populatiestudie, gepubliceerd in The BMJ, biedt nu een genuanceerder beeld op basis van primaire en secundaire zorggegevens uit Engeland.
De onderzoekers analyseerden elektronische gezondheidsdossiers van bijna 684.000 personen over de periode 2008–2019. Ze onderzochten diagnoses en zorgcontacten in de acht weken rond de klokwissels voor onder meer angststoornissen, depressie, slaapstoornissen, acute cardiovasculaire aandoeningen en verkeersongevallen. Het aantal gebeurtenissen in de week na de wissel werd vergeleken met controleperiodes ervoor en erna.
Duidelijke daling
De onderzoekers vonden geen overtuigend bewijs dat er nadelige gezondheidseffecten optraden na de overgang naar de zomertijd. In de week na het verzetten van de klok in het voorjaar werd geen consistente toename vastgesteld van cardiovasculaire of mentale aandoeningen. Een beperkte stijging in acute cardiovasculaire gebeurtenissen werd vermoedelijk veroorzaakt door een klein aantal patiënten met meerdere events.
Na de overgang naar wintertijd werd daarentegen een duidelijke daling gezien in meerdere gezondheidsuitkomsten. Het aantal zorggebeurtenissen daalde met ongeveer 2% voor acute cardiovasculaire aandoeningen, 3% voor angststoornissen, 4% voor depressie en tot 8% voor slaapstoornissen. Ook psychiatrische raadplegingen op spoeddiensten namen af. Voor slaapstoornissen hield het effect zelfs tot vier weken aan.
Jongeren
Vooral bij jongeren (10–35 jaar) werd een duidelijke afname inzake angst en psychiatrische spoedzorg waargenomen. Ook bij vrouwen was het effect uitgesprokener dan bij mannen. De onderzoekers vonden geen duidelijke verschillen inzake socio-economische status.
Hoewel de relatieve dalingen beperkt zijn, wijzen de auteurs erop dat de impact op populatieniveau aanzienlijk kan zijn. De wissel treft immers de volledige bevolking, waardoor zelfs kleine procentuele veranderingen zich vertalen in een merkbare daling van zorggebruik. Mogelijke verklaringen zijn een lichte toename van slaapduur en vooral meer ochtendlicht na de wintertijd, wat gunstig is voor het circadiaan ritme, bloeddrukregulatie, metabole parameters en mentale gezondheid.
Voor artsen onderstreept dit onderzoek dat circadiane factoren een reële, zij het vaak onderschatte rol spelen in gezondheid en zorggebruik. Beleidskeuzes over tijdsregeling lijken misschien abstract, maar kunnen op populatieniveau subtiele en klinisch relevante effecten hebben. In dat licht levert deze studie een waardevolle bijdrage in een debat dat ook in België en Europa opnieuw zal moeten worden gevoerd.
Afschaffing
Sinds 2019 ligt er een besluit van het Europees Parlement om de halfjaarlijkse uurverandering af te schaffen, maar de uitvoering werd uitgesteld omwille van politieke en praktische bezwaren. Bij de lidstaten bestaat er geen consensus over het te kiezen tijdsregime. België volgt voorlopig nog steeds het Europese systeem van zomer- en wintertijd.
de Lange M A, Birnie K, Richmond R C, Shapland C Y, Eastwood S V, Tilling K et al. Acute effects of daylight saving time clock changes on mental and physical health in England: population based retrospective cohort study BMJ 2025; 391 :e085962 doi:10.1136/bmj-2025-085962