BVAS-Brussel luidt de alarmklok
Leegloop dreigt voor Brusselse eerste lijn
BVAS-Brussel waarschuwt dat een aanzienlijk deel van de jonge artsen, amper enkele jaren na het behalen van het diploma, dreigt af te haken. Volgens de Brusselse vleugel van het artsensyndicaat verdienen sommige jonge artsen tussen 15 en 18 euro netto per uur. 95% van de Brusselse patiënten dreigt geconfronteerd te worden met een tekort aan artsen.
Volgens dr. De Volder en dr. Bejjani treft een stille crisis de Brusselse geneeskunde. Het zorgmodel wekt angst op. “De cijfers uit het rapport van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad (Vivalis) laten er geen twijfel over bestaan. Als men uitgaat van het meest realistische scenario dat door het Observatorium werd vooropgesteld — met een combinatie van het vertrek van oudere artsen, een vermindering van de arbeidstijd en een toename van de zorgbehoeften — zou tot 95% van de Brusselse bevolking in een zone met een tekort aan huisartsen kunnen terechtkomen.”
Maar voor BVAS ligt de kern van het probleem niet bij het tekort zelf, maar wel bij het groeiend verlies aan interesse in het beroep. Volgens het rapport zou 15 tot 20% van de jonge afgestudeerden het beroep definitief verlaten binnen vijf tot tien jaar na hun opleiding. Een vaststelling die des te schrijnender is omdat het gaat om artsen die een lange, veeleisende en dure opleiding hebben gevolgd. Maar waarom zou iemand met een opleiding van negen jaar uiteindelijk afhaken?
De mythe van de papierberg
In tegenstelling tot het vaak gehoorde discours verwerpt dr. De Volder het idee dat de administratieve overlast de belangrijkste oorzaak is van deze uittocht. Hoewel hij de bureaucratische zwaarte erkent, benadrukt hij dat digitalisering ook tijdswinst heeft opgeleverd. De echte breuk ligt elders: in het instorten van de professionele vooruitzichten, het verlies van therapeutische vrijheid en de verslechtering van de economische voorwaarden van het beroep.
Ook de generatiewissel speelt een centrale rol. Jonge artsen willen niet langer het werkschema van hun voorgangers volgen. De cijfers van Vivalis tonen een duidelijk verschil: artsen tussen 60 en 64 jaar werken gemiddeld 53 uur per week, tegenover 42,4 uur voor artsen van 30 tot 34 jaar. Om één arts die met pensioen gaat te vervangen, zijn vandaag twee jonge artsen nodig. Dat wordt onhoudbaar als het beroep financieel en intellectueel niet langer aantrekkelijk is.
15 tot 18 euro netto per uur
Het door BVAS-Brussel opgestelde dossier toont aan dat jonge artsen soms een netto-uurloon van slechts 15 tot 18 euro ontvangen, een niveau dat als onwaardig wordt beschouwd gezien de verantwoordelijkheden, de druk en het medisch-juridische risico. “Onder deze omstandigheden lijkt het verlaten van het beroep niet op een persoonlijk falen, maar op een rationele beslissing.”
De forfaitaire betaling, waar de overheid het beroep steeds meer naartoe stuurt, wordt voorgesteld als een verzwarende factor. “De gegevens van Vivalis tonen aan dat artsen die per prestatie worden betaald meer werken, meer patiënten zien en meer tijd aan raadplegingen besteden dan artsen die forfaitair worden vergoed.” In dit laatste model krimpt de medische tijd, daalt de productiviteit en vermindert het beschikbare zorgvolume. Voor dr. De Volder is dit “een voorspelbaar menselijk mechanisme: een vergoeding die losstaat van de reële activiteit vermindert automatisch de stimulans om meer zorg te verlenen.”
Het spookbeeld van de Britse NHS
Op termijn vreest BVAS een scenario vergelijkbaar met dat van de Britse NHS: een systeem dat artsen opleidt, maar er niet langer in slaagt hen te behouden door een gebrek aan financiële erkenning en professionele vrijheid. De huidige hervormingen — voorwaardelijke telematicapremies, hervorming van de nomenclatuur, plafonnering van honoraria — worden ervaren als een bestraffing van de meest efficiënte en meest geëngageerde artsen.
Een Frans “sector 3”-model
Als oplossing voor de impasse stelt het artsensyndicaat een radicaal voorstel voor: de invoering van een “Sector 3”, geïnspireerd op het Franse model. Deze sector zou een volledig vrije praktijk mogelijk maken, zonder honorariaplafonds en met weinig of geen terugbetaling door de sociale zekerheid. Volgens dr. Gilbert Bejjani gaat het daarbij “om een provocatie, noch om een afwijzing van solidariteit, maar om een onmisbare veiligheidsklep om een definitieve afkeer van het beroep te voorkomen.”
De nieuwe generatie stelt drie eisen: een correct inkomen, het behoud van een gezond evenwicht tussen werk en privé en het behoud van professionele vrijheid.
Het syndicaat waarschuwt ook voor een ontsporing van het discours rond efficiëntie en subsidiariteit, dat dreigt de medische kern van het systeem verder te verzwakken door verantwoordelijkheden over te dragen zonder de bijbehorende risico’s te dragen.
Tot slot besluit de studie met een duidelijke oproep tot collectieve mobilisatie. Tegenover een politieke macht die eenzijdig de budgettaire en tarifaire regels kan wijzigen, wordt het isolement van artsen als zelfdestructief bestempeld. BVAS roept in het bijzonder jonge artsen op om zich bij een syndicaat aan te sluiten, zodat zij kunnen wegen op het debat en een echte koerswijziging kunnen afdwingen — anders dreigt de Brusselse eerstelijnszorg in te storten.