Column
Wat we kunnen leren van het bos
Hans Crampe, algemeen directeur AZ Oudenaarde.

Waar zijn alle zelfhulpgoeroes het over eens? Ga naar buiten. De natuur in. Adem. Wandel. Laat ballast los. Maak je hoofd leeg. Een boswandeling doet wonderen. Dat kan ik beamen. Met onze trouwe viervoeter Chloé, door weer en wind en een podcast in mijn oren, kom ik steevast helderder terug. Tot ik onlangs bijna werd omvergeblazen, niet door een rukwind, maar door een inzicht.
In een podcast hoorde ik boswetenschapper Suzanne Simard vertellen over het verborgen communicatienetwerk van bomen: een fijnmazig schimmelnetwerk onder de grond, ook wel het wood wide web genoemd. Via dat netwerk wisselen bomen voedingsstoffen, water en koolstof uit.
Sterke bomen ondersteunen jongere of kwetsbare bomen. Bomen die op arme grond staan, krijgen steun van buren met gunstigere omstandigheden; een boom kan immers alleen floreren in een gezond bos. Het gaat niet alleen om de bomen, maar om het bos.
Wie vandaag door het ziekenhuislandschap wandelt, hoort dezelfde woorden telkens opnieuw vallen: netwerken, samenwerking, gedeelde IT-platformen,... De noodzaak is glashelder. De uitdagingen zijn te groot, te complex en te verweven om alleen op te lossen. Samenwerking is geen keuze meer, maar een voorwaarde om goede zorg te blijven leveren. Ook hier gaat het niet alleen over individuele ziekenhuizen, maar over het geheel. Toch schuilt in dat bestuurlijke bos een reëel gevaar: dat we de patiënt uit het oog verliezen, terwijl net die de reden is waarom we bestaan.
'Samenwerking is geen keuze meer, maar een voorwaarde om goede zorg te blijven leveren.'
Samenwerking voelt in het begin vaak broos. Net als in een jong bos zijn de wortels nog pril en kwetsbaar. Vertrouwen moet groeien, verbindingen ontstaan langzaam. Zoals schimmeldraden behoedzaam hun weg vinden naar boomwortels. Zo groeit samenwerking via kleine, herhaalde verbindingen: samen beslissen, samen leren, samen falen en weer vooruit. Een fusie is meer dan een spreadsheet. Een fusie meer dan een due diligence of een sluitend governance-model.
Samenwerking is ook een sociaal experiment. Het gaat over cultuur, over identiteiten die verschuiven en over schoenen die soms wringen. Dat vraagt tijd. “Mijn deur staat altijd open” zeggen we graag, maar de echte vraag is: voelt iedereen zich veilig om binnen te stappen? Samenwerking vraagt bestuurders die bewegen, beslissers die benaderbaar zijn en mensen die zelf af en toe over de drempel stappen. En nee, dat los je niet op met een beleidsdag vol “cocreatie”, “next level” en “deep dives”. Alsof een gesprek automatisch beter wordt zodra je het een hippe naam geeft. Spoiler: dat gebeurt nooit.
Antropologe Danielle Braun wijst in haar nieuw boek In voor- en tegenspoed op het belang van tussenfases. Niet meteen van “as is” naar “to be”, maar ruimte voor het ondertussen. Het ongemak even verdragen. Want net daar ontstaat betekenis. Kleine rituelen helpen: een vaste check-in, een moment van waardering of een gedeeld stiltemoment bij een moeilijke beslissing. Geen grote totempalen, wel kleine terugkerende markeringen die het bos bij elkaar houden.
En dan is er onze viervoeter Chloé. Zij weet niets van fusies, governance of zorgstrategieën. Ze snuffelt, botst en blaft tegen een andere hond, schudt de stress van zich af en loopt weer verder. Misschien is dat de essentie. Dat we af en toe even schudden, glimlachen en vooruitgaan. Dat we onderweg, tussen bomen, beleid en botsingen, blijven zien waar het echt om draait: de patiënt.